“True, I talk of dreams,
Which are the children of an idle brain,
Begot of nothing but vain fantasy.”

-Shakespeare, ‘Romeo & Juliet’

 

Ik heb een ontzettend levendige fantasie. En dat is leuk, zul je denken. Dat klopt op zich ook wel: Ik kan hierdoor namelijk ontzettend genieten van hele rare fantasyfilms of onvoorspelbare boeken, zonder te denken “ Nah, maar dat kan helemaal niet!”. Ik vind heel veel dingen hilarisch omdat ik er een hele situatie bij schets en in mijn hoofd de grap al heb gemaakt (dit leidt overigens vaak tot onbegrip en betuttelende geluidjes bij anderen). Ik kan verhalen schrijven die, al zeg ik het zelf, niet veel clichés bevatten (en als ze dat wel doen, dan is dat meestal bewust). Ik kan mezelf vermaken door mezelf in mijn fantasie allerlei dingen of personen toe te eigenen (ik en Johnny Depp? Prima. Jude Law? Check.). Allemaal erg fijne elementen van het hebben van een vivid imagination.

Soms heb ik echter van die dagen, dat als ik eenmaal de fantasiehoed op heb, om maar even (heel bewust) een cliché te gebruiken, er in mijn hoofd naast al die leuke dingen, ook minder leuke gedachten en fantasieën opborrelen. Ongelukken, ruzies, affaires, ziektes, nee, hele sterfscènes spelen zich dan af voor mijn ogen. En dan overdrijf ik echt niet. “Ik kan me echt niet vóórstellen dat [willekeurige dramatische activiteit] me zou overkomen!” Nou, dat kan ik dus wel. Heel goed zelfs, en zonder veel moeite. Veel mensen zullen wel denken “Dan denk je daar toch gewoon niet aan?”, maar zo makkelijk is dat helaas niet. Als zo’n gedachte eenmaal in mijn fantasierijke hoofdje zit, gaat die er niet heel makkelijk weer uit.

Nou, vandaag had ik dus zo’n dag, en op zo’n dag ben ik dan in een hele vervelende bui. Ik ben boos op mensen die er niets aan kunnen doen, vrees voor dingen die heus niet gaan gebeuren en denk aan dingen die echt niet realistisch zijn. Gelukkig weet ik best dat die bui morgen gewoon weer over is, dat ik dan mijn eigen vrolijke zelf weer ben en dat het geen zin heeft om daar nu over te gaan piekeren (dat maakt het alleen maar erger). Ik moet gewoon denken: morgen is het beter. En dat is ook waar, want morgen heb ik een themafeestje. Hoewel, bij nader inzien misschien ook niet: het thema is namelijk ‘Ongeluk’…